Ezra Veldhuis & Bosse Provoost: Voorbij onze eigen blik

Er is niet één juiste manier van kijken

Sinds 2018 bouwen Ezra Veldhuis en Bosse Provoost samen aan voorstellingen waarin de grens tussen theater en installatie vervaagt. Veldhuis kwam vanuit de beeldende kunst, terwijl Provoost als theatermaker al sterk met beeld en licht bezig was. Toen Veldhuis het licht ontwierp voor een voorstelling van Provoost, bleek die taakverdeling al snel te beperkt. “We hebben eigenlijk gemerkt dat het veel verder dan dat ging en dat we gewoon samen aan het werken waren.” Met campfire leidt hun gedeelde praktijk naar een bijzondere vraag: hoe zou de wereld eruitzien als we haar even niet vanuit een menselijk lichaam proberen te bekijken?

Die vraag ontstond opvallend dicht bij huis. In 2024 kregen Veldhuis en Provoost samen een dochter. Tijdens de zwangerschap lazen ze over de ontwikkeling van een embryo en raakten ze gefascineerd door het perspectief dat daaraan voorafgaat. Hoe moeten ze zich een pre-menselijk of net-nog-niet-menselijk perspectief voorstellen? Wanneer begint een baby zichzelf van zijn omgeving te onderscheiden? In dezelfde periode kregen ze Metazoa van wetenschapsfilosoof Peter Godfrey-Smith cadeau, waarin bewustzijn wordt onderzocht aan de hand van de evolutie van verschillende diersoorten. “Door die twee gebeurtenissen begonnen we vanuit heel verschillende kanten naar bewustzijn te kijken”, vatten ze het zelf samen. Samen brachten die ervaringen hen bij vragen die uiteindelijk mee aan de basis van campfire lagen.

De zoektocht sluit ook aan bij het posthumanisme dat al langer door hun werk loopt. Daarbij proberen ze het menselijke perspectief open te breken en aandacht te geven aan wat aan onze waarneming ontsnapt. In campfire nemen de teksten het publiek onder meer mee naar de mogelijke ervaring van een garnaal, octopus of foetus. Dat ze nooit werkelijk kunnen weten hoe zo'n ander lichaam de wereld ervaart, is juist onderdeel van het spel. “Het heeft ook iets heel naïefs om te denken dat we een andere kleur lamp gebruiken en dan de wereld zien zoals garnalen die zien.” Het gaat niet om een correcte reconstructie, maar om de verbeelding zo ver mogelijk op te rekken.

Wie campfire binnenstapt, komt terecht op een zachte vloer met een kampvuur opgebouwd uit theaterlampen. Bezoekers kunnen zitten of liggen en tijdens de voorstelling van positie veranderen. Vanuit dat kampvuur ontvouwen zich verhalen, licht en geluid. Wat eerst herkenbaar is als vuur en bos, begint gaandeweg te vervormen. “Als iemand aan het praten is en je investeert in dat verhaal, kun je soms ook beelden uit dat verhaal voor je zien. Dan ben je tegelijk in die concrete ruimte, maar misschien ook ergens anders.” Licht en geluid maken die beweging voelbaar.

Licht is daarbij veel meer dan een middel om iets zichtbaar te maken. Soms zullen scènes uitsluitend uit verschuivende intensiteiten of schaduwen bestaan. Een boog van lampen kan het ene moment een zonsopgang zijn en later een ruimteschip worden. “Met licht kan je een soort diepe fictie oproepen.” De voorstelling schakelt zo voortdurend tussen meegaan in een fictie en beseffen met welke middelen die voor je ogen liggen, het wordt gemaakt.

Ook het lichaam van de bezoeker verandert mee. Veldhuis en Provoost maken bewust vanuit de positie van hun publiek en gaan tijdens het creatieproces zelf zitten of liggen waar later de toeschouwers terechtkomen. Liggend verdwijnen veel mensen rondom je uit het zicht en word je sterker teruggeworpen op je eigen lichamelijke gewaarwordingen. Tegelijk deel je de ruimte met anderen. Zoals bij een echt kampvuur hoeft de aandacht niet voortdurend scherp te blijven. “Je kunt kiezen om te luisteren, maar misschien heb je meer zin om het een beetje langs je heen te laten glijden en wat rond te kijken.”

Precies daarin raakt campfire aan AMOK, zonder dat de voorstelling vanuit het festivalthema rond zorg is ontstaan. Voor de makers kan kunst een gedeelde ruimte openen die je even uit het dagelijkse haalt. Niet als individuele ‘zelfzorg’, een term waar ze zelf wat moeite mee hebben, maar als iets wat samen met anderen gebeurt. Campfire zoekt naar een “headspace, waar je weg van de wereld zit” en waar plaats ontstaat voor gedachten waarvoor het dagelijkse leven niet altijd tijd laat. “Ik denk dat veel mensen wel wat meer avonden aan het kampvuur zouden kunnen gebruiken.”

Veel mensen kunnen wat meer avonden aan het kampvuur gebruiken.

 

Hoe iemand die ruimte ervaart, hoeft bovendien niet hetzelfde te zijn. Dat werd tijdens een try-out duidelijk toen twee Franstalige bezoekers de Nederlandstalige versie zagen zonder de teksten te begrijpen. Achteraf beschreven ze toch ervaringen die nauw aansloten bij wat in die verhalen werd verteld. Wie graag met taal en filosofische ideeën bezig is, kan in de teksten duiken. Een ander kan zich vooral door licht, geluid en ruimte laten meevoeren. “Je hoeft niks te doen. Je hebt geen voorkennis nodig. Er is ook niet de juiste manier van kijken.” Zoals rond een echt kampvuur kan de ene aandachtig luisteren terwijl de andere naar de sterren kijkt. Voor Veldhuis en Provoost is er plaats voor allebei.

We zoeken een headspace weg van de wereld.

 

 

 

 

Ontdek campfire op zaterdag 3 oktober tijdens AMOK

Combineer deze voorstelling met de gratis namiddag De Levende Bib in Korf!

 

Interview: Noha Khaldi
Foto's: Valentijn Lievens