Renette Désir & Don Kapot - Wat je meeneemt als je niet terug kan
Verschillende muziekstijlen vinden elkaar in ballingschap
Voor Renette Désir is muziek geen discipline die ze ooit bewust gekozen heeft. Ze groeide als jongste van veertien kinderen op in Haïti, in een huis waar muziek altijd aanwezig was. Zelf begon ze al vroeg te zingen in de kerk, tussen verschillende koren. “In Haïti zijn we allemaal artiesten.” Pas later leerde ze ook de vodoumuziek wereld beter kennen, waarin volgens haar een groot deel van de Haïtiaanse geschiedenis wordt doorgegeven.
“Muziek is altijd aanwezig geweest in mijn leven. Het is alsof ze mij gekozen heeft en ik er niet vanaf kan.”
Vanuit die omgeving groeide Désir uit tot een professionele zangeres. Met Yanvalou, een compositie van Jean-Claude Martineau, brak ze in Haïti door en begon een carrière die bijna twintig jaar omspant. Het nummer ging voor haar ook over verbondenheid met de Haïtiaanse cultuur en de Afrikaanse wortels die daarin blijven voortleven. België dook nadrukkelijk op na de aardbeving van 2010. Désir zat toen anderhalve dag onder het puin vast en kwam nadien naar België om te getuigen over wat haar land had meegemaakt. Tijdens een optreden aan de Haïtiaanse ambassade zong ze a capella en legde ze “zonder te forceren mijn lijden en mijn pijn in mijn stem.”
Via die periode ontmoette ze muzikanten met wie ze later bleef samenwerken, onder wie Michael Wolteche. Jaren later belde hij haar opnieuw met een voorstel. Hij had een Brusselse band in gedachten die volgens hem bij haar zou passen: Don Kapot. “Hij stuurde me fragmenten en ik was meteen mee.” Op papier lagen hun muzikale werelden ver uit elkaar. Désir draagt Haïtiaanse traditionele muziek, zang en dans mee, terwijl Don Kapot uit jazz en improvisatie komt. Precies dat verschil bleek interessant. Drummer Jakob Warmenbol beschrijft de samenwerking als een lange zoektocht naar gemeenschappelijke grond. “Het was niet altijd evident, maar we hebben iets gevonden dat niet de oude muziek van Don Kapot is en ook niet de oude muziek van Renette. Beide kanten hebben zichzelf een beetje opnieuw uitgevonden.”
Voor Désir was vooral dat ritmische fundament essentieel. Traditionele percussie hoeft volgens haar niet letterlijk hoorbaar te zijn om aanwezig te blijven. “Als ik zing, draaien die geluiden in mijn hoofd rond. Ze helpen mij om het ritme en het tempo vast te houden.” Ze bracht ritmische patronen mee uit Haïti, waarna Don Kapot zocht naar een manier om ermee te werken zonder ze simpelweg na te spelen. “We wilden die ritmes integreren zonder ze te kopiëren, maar wel met respect voor die muziek”, vertelt Warmenbol. Zo ontstond stilaan een taal waarin hun achtergronden naast elkaar konden bestaan.
Wat aanvankelijk een nieuwe muzikale samenwerking moest worden, kreeg intussen een veel zwaardere betekenis. In 2023 verliet Désir Haïti tijdelijk nadat het geweld in haar buurt toenam. Ze trok naar New York, maar voelde sterk de behoefte om terug te keren naar haar land. Eind 2024 vertrok ze opnieuw naar de Verenigde Staten voor optredens. Toen ze enkele weken later naar Port-au-Prince terugvloog, werd haar vliegtuig tijdens de landing beschoten. In maart 2025 kwam ze naar België om één maand met Don Kapot te werken. Terugkeren bleek uiteindelijk niet meer mogelijk.
“Ik ben hier in ballingschap, iets waar ik niet om gevraagd heb."
In België kwam ze in een asielprocedure terecht. “Ik heb maanden gehuild. Alles wat ik heb opgebouwd, bevindt zich in Haïti. Ik heb er niet voor gekozen mijn land te verlaten.”
Die ervaringen vonden rechtstreeks hun weg naar het eerste album uit deze samenwerking. Voor verschillende teksten werkte Désir samen met de Haïtiaanse dichter Jeudi Néma, aan wie ze haar verhaal vertelde zodat hij het in een poëtische Creoolse taal kon omzetten. Sommige nummers vertrekken vanuit concrete gebeurtenissen, zoals het beschoten vliegtuig of haar asielprocedure, andere zoeken een meer symbolische of spirituele ruimte op. Plonje is het meest persoonlijke voorbeeld. Het gaat terug naar de dood van haar adoptiebroer en een droom waarin ze hem probeerde te bereiken. Tijdens een van de eerste repetities met Don Kapot ontstond vanuit drones en improvisaties de muzikale vorm. “Elke keer als ik het zing, voel ik dezelfde emoties.”
Toch wil Désir niet dat die zwaarte de enige toegang tot de plaat wordt. Warmenbol kiest zelf net een uitbundiger lied als favoriet, omdat daar “meer feest, meer vreugde en een beetje meer gekte” in zit. Voor Désir is dat geen tegenstelling.
“Het is nog altijd verdriet dat vertelt, maar op een andere manier.”
Precies daarin lijkt de samenwerking iets nieuws te hebben geopend: haar verhaal blijft het hare, maar krijgt een muzikale vorm die ze voordien nog niet gebruikte. Ze hoopt vooral dat luisteraars de tijd nemen om zowel dat verhaal als de ontmoeting tussen beide muzikale werelden te ontdekken. Warmenbol vat het zelf mooier samen: “Wat wij maken wordt niet zomaar vluchtig geconsumeerd.
"Ik hoop dat het mensen ergens naartoe kan brengen.”
Vrijdag 13 november in De Werf
Interview: Noha Khaldi
Foto's: Koen Broos