Anneleen Keppens over Lullabye (première op AMOK)

Een lichaam dat zorgt

Zachtheid en uitputting, liefde en verdriet, plezier en overweldiging: voor Anneleen Keppens bestaan al die gevoelens naast elkaar wanneer ze over zorg spreekt. Met Lullabye brengt de choreografe en danseres die complexiteit voor het eerst zo nadrukkelijk naar voren. 

De solo ontstond vanuit haar eigen ervaring als moeder, maar wil veel verder reiken. “Voor mij gaat de voorstelling over zorg.” Over een lichaam dat ten dienste staat van een ander en daardoor niet langer vanzelfsprekend het centrum van haar eigen wereld vormt. “Dat heeft een grote impact.” Uiteindelijk dringt zich ook een andere vraag op: wie draagt degene die altijd voor anderen zorgt?

Die zoektocht begon tijdens haar tweede zwangerschap. Keppens verdiepte zich toen in de maatschappelijke positie van moeders en de manier waarop zorg georganiseerd wordt. Daaruit groeide een onderzoek dat uiteindelijk in Lullabye terechtkwam. Voor haar betekende het ook een verschuiving als maker. Waar haar eerdere werk abstracter was, vertrekt deze voorstelling vanuit een herkenbaar thema. Toch wil ze geen eenduidige boodschap afleveren. “Elke ervaring van moederschap of een andere zorgrol is uniek en zit vol tegenstrijdigheden.” De voorstelling blijft dus bewust open, ook voor wie zichzelf niet in een zorgrol herkent.

Ik wilde iets maken dat mij ook voedt terwijl ik het doe.

 

De titel vat die gelaagdheid mooi samen. Een lullaby brengt iemand tot rust, terwijl traditionele wiegeliederen vaak donkere verhalen bevatten. “Een wiegelied heeft een zachte en geruststellende vorm, waarin ruimte ontstaat om moeilijke dingen te zeggen.” Die tegenstelling wilde Keppens omarmen. Lullabye mag warm en dragend aanvoelen zonder de rauwere kanten van zorg te verbergen. Zelfverlies, woede en machteloosheid bestaan naast verbinding, plezier en voldoening. “Moederschap is echt dat. Het is rauw en lief tegelijkertijd.” Muziek, beweging en scenografie vertrekken allemaal vanuit die spanning.

Een wiegelied heeft een zachte en geruststellende vorm, waarin ruimte ontstaat om moeilijke dingen te zeggen.

 

Als choreografe onderzoekt Keppens die ervaring vanzelfsprekend ook via het lichaam. Zorgen is immers bijzonder fysiek en gebeurt vaak vanuit lichamelijke intuïtie. “Het is echt iets dat je doet met je lijf.” Een kind optillen, vooroverbuigen, iemand ondersteunen of voortdurend alert blijven: zorgen verandert letterlijk hoe een lichaam beweegt. Tijdens haar werk in een woonzorgcentrum met mensen met dementie zag ze die belasting ook bij het personeel. “Je moet letterlijk veel dingen dragen.” 

Ook haar stem kreeg een belangrijke plaats. In de soundscape zijn liederen verweven die Keppens zelf schreef en zingt, opgenomen en live. Net als zorg beweegt zingen voor haar in twee richtingen. Een wiegelied kan iemand anders geruststellen, maar ook degene die zingt iets geven. “Ik zing een lied voor wie het hoort, maar ik zing dat lied ook voor mezelf. Het vibreert door mijn lichaam en brengt me zo dichter bij mezelf.” Die gedachte raakt aan een grotere verandering in haar kunstenaarschap. Als performer was ze gewend om vooral te geven. Nu vraagt ze zich af: “Hoe kan deze voorstelling ook mij voeden en steunen?” Rust wordt daardoor niet gespeeld, maar krijgt daadwerkelijk een plek binnen haar artistieke praktijk.

Vanuit die behoefte verschuift Lullabye ook richting gemeenschap. Voor Keppens hoeft ondersteuning niet altijd uit grote gebaren te bestaan. “Gewoon iemand zien is al heel veel. Luisteren kan ook wel veel doen.” Die gedachte loopt door in Sea of Hands, een afzonderlijk ritueel na de voorstelling voor een kleine groep mensen met een zorgrol. Denk aan ouders, grootouders, mantelzorgers, en professionele zorgverleners. Het vertrekt vanuit drie kernwoorden: erkenning, ondersteuning en gedragenheid. “Het gaat echt over: ik zie jou en ik steun jou.” Voor even wordt de richting van zorg omgekeerd en mogen degenen die gewoonlijk zorgen, het zelf ontvangen.

Dat Lullabye tijdens AMOK wordt getoond, lijkt dan ook een logische keuze. Keppens is bovendien al sinds haar eerste eigen voorstelling verbonden aan KAAP, dat ze haar “trouwste partner” noemt. Vooral het duurzame karakter van die samenwerking waardeert ze. “Ik heb altijd het gevoel dat ze vertrouwen hebben in mij.” Ook nu vindt haar werk binnen AMOK een context waarin de vragen die ze al jaren onderzoekt verder kunnen resoneren.

Toch plaatst Keppens een belangrijke kanttekening bij het idee van kunst als zorg. “Kunst kan helpen, maar het kan niet alles oplossen.” Kunst kan zichtbaar maken wat verborgen blijft, maar structurele problemen niet vervangen door individuele heling. “Er wordt te veel verantwoordelijkheid gelegd bij het individu, terwijl het probleem ligt bij de manier waarop we als gemeenschap georganiseerd zijn.” Lullabye probeert daarom geen oplossing aan te reiken. Het maakt de complexiteit van zorg zichtbaar en legt daarnaast de nood aan gemeenschap bloot. Want wie altijd draagt, moet uiteindelijk ook ergens zelf gedragen kunnen worden.

Kunst kan helpen, maar niet alles oplossen.  

 

 

 

 

 

Ontdek Lullabye op zaterdag 10 oktober tijdens AMOK

Ontdek Lullabye én Sea of Hands op zondag 11 oktober tijdens AMOK 

 

Interview: Noha Khaldi 

Foto's: Valentijn Lievens