Terug naar overzicht
  • In beeld
  • 10/02/20 10:47

Hyphen - Charlotte Vanden Eynde & Nicolas Rombouts

Een herontdekking van de verhouding tussen dans en muziek, lichaam en contrabas

Hyphen is Engels voor ‘koppelteken’. Als twee begrippen door een koppelteken verbonden worden, ontstaat er niet alleen een relatie tussen beide, maar vormt zich ook een nieuw begrip, dat beide omvat. Het koppelteken staat echter ook voor de afstand tussen twee elementen of personen. Het markeert het zoeken naar een fragiel en precair moment van verbinding dat er maar even kan zijn en misschien nooit werkelijk kan bestaan.

Contrabassist/componist Nicolas Rombouts en danseres/choreografe Charlotte Vanden Eynde ontmoetten elkaar in 2015 toen zij uitgenodigd werden om samen een publieke improvisatie te doen. Er ontvouwde zich een bijzondere artistieke wisselwerking, waarbij hun beider manier van creëren veel raakvlakken bleek te hebben. Beide streven naar een integere omgang met hun ‘instrument’, in overeenstemming met hun eigen zijn. Ze gaan intuïtief te werk, maar houden steeds mentale controle op wat spontaan ontstaat. Voor Rombouts is muziek spelen instant componeren, voor Vanden Eynde is dansen denken. Daarbij schuwen zij de radicaliteit niet. Even liefdevol als brutaal tasten zij de grenzen van het eigen medium af. Dit doen zij zonder overbodige ballast. Steeds weer zoeken zij naar de essentie van het moment, tot enkel een trilling, of een rilling overblijft.

In Hyphen zijn dans en muziek gelijk. Niet alleen is de auditieve ervaring even belangrijk als de visuele, maar ook de fysieke aanwezigheid van Vanden Eynde en Rombouts is evenwaardig. Dat neemt niet weg dat zij op een heel andere manier op scène staan: Rombouts als muzikant, iemand die een instrument in beweging brengt, en Vanden Eynde als danseres, iemand die door te bewegen haar eigen instrument wordt en er niet meer van te onderscheiden is. Vanuit hun eigenheid reiken ze uit naar elkaar. Samen zoeken ze naar kantelpunten waarin muziek beweging kan worden en beweging muziek. 

De voorstelling ontstaat uit de puurheid van het momentane samenspel tussen Rombouts en Vanden Eynde, en nodigt het publiek uit om deelgenoot te worden van de mogelijkheden die elk nieuw moment genereert. Hyphen toont de kracht én kwetsbaarheid van handelen en aanwezig zijn in het hier en nu.

 – – – – – – – – – – 

Speeldata

27, 28, 29 en 30 mei 2020 - Antwerpse Kleppers, Toneelhuis voorlopig afgelast

5-6 maart 2021 - In Movement Festival, Les Brigittines nieuwe datum

10 maart 2021 - kunstencentrum nona nieuwe datum

16-17 april 2021 - STUK nieuwe datum

24 april 2020 - Tournée locale, Cultuurcentrum Hasselt nieuwe datum

 – – – – – – – – – – 

Review

https://www.pzazz.theater/recensies/dans/eeuwenoud-springlevend

 – – – – – – – – – – 

Video

Concertgebouw Brugge: 
Samen zoeken ze in 'Hyphen' naar kantelpunten waarin muziek beweging wordt en beweging muziek. Een gesprek met beide kunstenaars.

 – – – – – – – – – – 

Interview (door Concertgebouw Brugge)

Wanneer beseften jullie dat jullie als duo meer zouden zijn dan de som der delen?

In 2015 werden we uitgenodigd om samen een publieke improvisatie te doen. We kenden elkaar niet en kwamen vooraf twee keer samen. Er was meteen een klik: we zaten op dezelfde golflengte, voelden elkaar aan. We werden geïnspireerd door wat de ander deed. Bij een volgende uitnodiging bereidden we niets voor. Wat volgde was een vrije improvisatie van 40 minuten die heel erg juist zat en die we nu nog steeds als leidraad gebruiken.

Op welke manier(en) versterken en verrijken jullie elkaar? 

We vertrekken niet vanuit de idee dat we elkaar aanvullen, maar vanuit de gedachte dat we gelijkwaardig zijn. Daardoor laten we alle ruimte aan de ander om er volledig te zijn. Doordat we ons continu bewust zijn van elkaars acties, en die op ons laten inwerken, is wat we doen daar sowieso van doordrongen. We hebben elk onze eigen comfortzone en dagen elkaar uit om daarin grenzen te verleggen. Zo houdt Nicolas ervan om lang op een zelfde thema door te gaan, terwijl dat voor mij minder evident is.

Hebben jullie een soort taakverdeling of rollenpatroon als jullie als duo optreden?

We proberen ook in onze taakverdeling gelijkwaardig te zijn, en dat gaat eigenlijk vanzelf. Beslissingen worden zoveel mogelijk in samenspraak genomen. De puur praktische zaken zijn dan weer duidelijk verdeeld: het schrijven van promo- en dossierteksten neem ik grotendeels voor mijn rekening, terwijl Nicolas het telefoonverkeer opvolgt. De mails beheren we samen.

 – – – – – – – – – – 

Interview (door Pieter T'Jonck)

Zomer 2019. Dansand! in Oostende. In de tuin van de Koninklijke Villa, met de zee als decor, danst Charlotte Vanden Eynde en speelt Nicolas Rombouts contrabas. Ze verkennen hun ‘instrument’ op elke denkbare manier: met grillige sprongen en vreemde klanken en acties. Soms lijken ze elkaar te volgen, dan weer verwijderen ze zich -letterlijk- ver van elkaar. De voorstelling was één van de stapstenen in de ontwikkeling van ‘Hyphen’ –‘Koppelteken’-, een voorstelling voor danseres en bassist waarmee het duo nu toert. Niet dat het werk ooit helemaal ‘af’ zal zijn, maar het kreeg wel een vastere structuur.

Hoe ontstond dit project?

CVE: Dat is een oud verhaal. In 2015 nodigde drummer Teun Verbruggen, een gemeenschappelijke kennis, ons uit voor een improvisatie op een event in Brussel. Een fijne ervaring, die we nog eens overdeden op Bar.Bizon in M Leuven. We voelden toen dat er meer in zat, maar dat besef moest lang rijpen. Pas 3 jaar later volgden een researchperiode en diverse toonmomenten.

NR: We vertrokken vanuit zuivere improvisatie, maar ontdekten al doende dat het materiaal dat we ontwikkelden het potentieel had voor een langere voorstelling.

Er zijn twee soorten improvisaties. Een vrije improvisatie start je vanuit het niets. Een gestructureerde improvisatie daarentegen vertrekt van een basisstructuur of thema die je live ontwikkelt. Wat is het bij jullie?

CVE: Geen van beide eigenlijk. De eerste helft van ‘Hyphen’ kan je een vrije improvisatie noemen. De basisgedachte is dat we allebei zo ver mogelijk gaan in wat onszelf bezighoudt, maar tegelijk gefocust zijn op de momenten waarop een dialoog ontstaat. Dat is geleidelijk zo gegroeid: aanvankelijk bleven we elk sterk op ons eigen eiland, nu zoeken we voortdurend verbinding.

NR: Het vertrekt allemaal vanuit het ‘hier en nu’. Vanuit een verlangen om zo sterk mogelijk in dat moment aanwezig te zijn.

Wat bedoel je met ‘dat wat ons bezighoudt’?

NR: Het gaat over de discipline waarin we werken: musiceren en dansen. We zoeken naar een puurheid waaruit je vertrekt om muzikant of danser te zijn. Op voet van totale gelijkwaardigheid, zonder dat de dans de muziek illustreert of omgekeerd. Dat is moeilijk. Het gebeurt sneller dan je denkt.

CVE: Ik kan op elk moment beslissen of ik met Nicolas meega of juist tegen zijn verhaal inga. Ik zie mijn lichaam als mijn instrument, net zoals Nicolas de contrabas als het zijne ziet. Het gaat mij echt om het fysieke van dat lichaam. Ik kan bijvoorbeeld uitzoeken hoe het geluid kan maken door erop te kletsen, net zoals Nicolas soms op de klankkast van zijn instrument klopt.

Dat brengt jullie soms ver van de geijkte manieren om jullie instrument te gebruiken. Nicolas ‘mishandelt’ zijn contrabas soms bijvoorbeeld.

NR: Je kan de bekende parameters van een muziekstuk, zoals ritme, harmonie of frasering zo ver oprekken dat ze nauwelijks nog te herkennen zijn, maar toch blijven ze aanwezig. Alleen wordt de muziek ‘abstracter’. Je kan met een contrabas bijvoorbeeld akkoorden in mineur en majeur laten horen, of erop slaan, als op een houten bak die het ook is. Maar ook dat is een soort harmonie.

PTJ: Is muziek niet altijd abstract? Je kan er wel betekenis aan verlenen, maar dat is altijd interpretatie. Het staat er niet woordelijk.

NR: Muziek staat inderdaad los van woorden, maar drukt wel iets uit. Met abstractie bedoel ik dat je mijn muziek niet altijd kan interpreteren volgens de interpretatieschema’s van de Westerse muziekleer. Ik gebruik die middelen ook, maar ik ga er even vaak aan voorbij.

Je hoort het woord abstractie vaker als het over dans gaat. Mensen hebben het daar soms lastig mee: dat je niet weet ‘wat dans voorstelt’, dat er geen ‘verhaal’ in zit.

CVE: Ik vind abstract een vage term. Als een voorstelling niet beantwoordt aan wat men zich voorstelt bij dans, noemt met het soms ’bewegingskunst’ of ‘lichaamskunst’. Ik maak dat onderscheid niet. Je zoekt naar interessante houdingen of bewegingspatronen, en soms gebeurt dan iets dat op een verhaal lijkt. Mijn benen doen bijvoorbeeld iets dat mijn armen niet ‘snappen’, waardoor ze in conflict met elkaar komen. Elke dansbeweging staat ook altijd in dialoog met een normale, functionele manier van bewegen.

Hoe moet je dat dan ‘lezen’ of verstaan?

CVE: Dans kan alles zijn, van abstract tot emotioneel. Neem alweer een actie zoals slaan op je eigen lichaam. Sla je dan op materie, vlees, om geluid te bekomen, of vertel je een verhaal? Vergelijk het maar met wat Nicolas doet als hij op de ‘houten bak’ van zijn contrabas slaat: maakt hij geluid of drukt hij iets uit? Dat onderscheid ligt nooit vast.

NR: Het bijzondere aan dit stuk is dat er niets moet. Geen van ons twee heeft de plicht om een verhaal te creëren of betekenis te scheppen. Dat is ook voor de toeschouwer zo. Die moet niets. Je moet het zelfs niet goed of slecht vinden, zolang je maar beseft dat je deel uitmaakt van wat er gebeurt. Dat was nieuw voor mij.

Jullie spraken nu over het eerste half uur, maar er is ook een tweede deel? Wat gebeurt er dan?

CVE: We tonen dan materiaal waarover we afspraken gemaakt hebben, zoals posities in de ruimte of bepaalde klanken en bewegingen.

NR: We brengen het materiaal in een meer theatrale vorm samen, zonder de improvisatie helemaal te verlaten. Maar je ziet meer één geheel.

CVE: Het tweede deel is potentieel een verhaal, met een duidelijke spanningsboog en met meer lyriek dan het eerste deel. Een korte gestructureerde improvisatie vormt de overgang tussen beide. We voelden dat we na een half uur improviseren nood hadden aan een soort conclusie.

 – – – – – – – – – – 

Credits

Dans & creatie: Charlotte Vanden Eynde 

Muziek & creatie: Nicolas Rombouts 

Lichtontwerp: Jan Maertens 

Artistiek advies: Marc Vanrunxt, Simon Lenski 

Productie: KAAP 

Coproductie: Concertgebouw Brugge, Les Brigittines 

Met de steun van: kunstencentrum nona, CAMPO

 – – – – – – – – – – 

Bio

Charlotte Vanden Eynde (°1975) is danseres en choreografe. In 1999 studeerde zij af aan P.A.R.T.S., de gerenommeerde school voor hedendaagse dans van Anne Teresa De Keersmaeker. Sindsdien creëert zij eigenzinnige choreografieën en performances, waarin het lichaam op een zeer beeldende en sensitieve manier centraal staat. Haar vroege werk behandelde thema’s als kwetsbaarheid, intimiteit en vrouwelijkheid. De duetten ‘Lijfstof’ en ‘MAP ME’ verkenden het lichaam als materie en leunden dicht aan bij de beeldende kunst. In de solo’s ‘I’m Sorry It’s (Not) A Story’ en ’Shapeless’ zocht zij naar een eigen danstaal, een onderzoek dat ook resulteerde in verschillende locatie- en improvisatiesolo’s. Haar laatste voorstelling ‘Deceptive Bodies’, een duet met Dolores Bouckaert, toonde een verstilde studie van het theatrale lichaam en werd ook in museale ruimtes opgevoerd. 
Daarnaast danste zij in werk van o.a. Marc Vanrunxt, Ugo Dehaes en De Roovers. Zij geeft ook bewegingsadvies en leidt workshops gebaseerd op haar eigen praktijk, waarin improvisatie en authenticiteit een centrale rol spelen.

Nicolas Rombouts (°1977) is naast eigenaar van zijn eigen opnamestudio (Studio Caporal), waar hij platen voor anderen opneemt, producet en mixt, en naast zijn werk als componist voor theater- en dansvoorstellingen en de occasionele kortfilm, in de kern een contrabassist. Dit blijft zijn eerste grote liefde. Sinds hij als autodidact dit instrument begon te bespelen en te studeren, zocht hij steeds naar haar volle bereik van het hele klankenspectrum over de grenzen van muziekgenres heen. Hij studeerde af aan de jazzafdeling van het Antwerpse Conservatorium en geeft op dit moment zelf basles aan de PXL hogeschool te Hasselt. Hij richtte mee Dez Mona op, speelt al 15 jaar bij Guido Belcanto en werkt af en aan samen met muzikanten/artiesten/choreografen/theatermakers zoals Stef Kamil Carlens, Rustin Man, Jim White, Stijn Meuris, Matt Watts, Bert Dockx, Ann Vanden Broeck (Ward/waRD), Piet Menu, …
Voor Nicolas zijn er geen genres. Er is alleen goede of slechte muziek. Muziek gaat om de essentie van het leven, het verwerken en vieren van de eigen eindigheid. Om het onzegbare zegbaar te maken. Een filosofie die Nicolas hanteert bij elke noot die hij speelt.


Meer nieuwsberichten Ontdek alle andere artikels

KAAP zoekt programmator Woord!

KAAP zoekt een programmator Woord om het team te versterken. 
Interesse? Lees de vacature hier.

Jazz Brugge 2020 — Crossing Cultures

Jazz Brugge 2020 — Crossing Cultures
De negende editie van Jazz Brugge, een festival van kunstencentrum KAAP en Concertgebouw Brugge zet dit jaar in op&... (Lees meer)

Oostendse cultuurhuizen staan samen sterk

Oostendse cultuurhuizen staan samen sterk
Met de slogan "Wat als ... muziek/theater/kunst het vaccin is", willen de Oostendse cultuurhuizen - kunstencentrum KAAP,... (Lees meer)

Alle livestreams online

Acht weken lang hebben we één of meerdere huiskamerconcerten per week uitgezonden via Facebook. Artiesten waar... (Lees meer)